Logo Logo

Christus is Koning Kerk
Protestantse Gemeente Slikkerveer

 

Sinterklaas komt niet uit Spanje. Hij kende dus ook de koning van Hispanje  niet, al zegt het Wilhelmus dat onze  eerste Oranje-Willem die koning van Hispanje wél al kende  (en daarom zingen wij nu al eeuwen - en ook nog  fout:  hè-hèb ìk altijd geëerd). 

”Sint” Nicolaas woonde heel ergens anders, namelijk in Klein-Azië, in Myra. Hij was een edelman, al  jong tot priester gewijd. Zijn ouders stierven jong en lieten hem een erfenis na:  drie klompen goud, verborgen in de kelder van dat prachtige, door palmen beschaduwde oosterse huis.

Maar behalve enig keldergoud had Nicolaas ook een hart van goud. Voor hem telde niet de kale, koude letter van de wet, maar het gebod van de liefde. En dat maakte hij waar:

Eens werd hem verteld over drie aardige, goede meisjes, die verliefd waren op drie aardige,  goede  jonge mannen.  -Wel ! dat klonk mooi en goed!  Maar ach!…. de vader van die meisjes verarmde onverwachts en was daardoor niet in staat zijn dochters een bruidsschat mee te geven. Aan geen van de drie. En die drie jonge mannen? Ach!…. die jongens werkten echt heel hard, maar ze verdienden slechts een kale boterham als pasteibakker, als speelgoedsnijder en als suikerbakker. Kortom: daar viel aan trouwen niet te denken…..Dat  begreep ook priester Nicolaas. Het speet hem erg voor die zes jonge mensen, het ging hem erg aan zijn hart. Aan zijn gouden hart.

Die nacht daalde hij af in zijn kelder, schoof geruisloos een van de goudklompen in een geitenhuid, naaide die dicht, nam de last op zijn schouders en bracht die naar het huis van de verarmde vader, vond een opening achter een getralied venster en liet zijn gave daarin zachtjes zakken.

De volgende morgen was in dat huis de vreugde groot. Maar voor wie van de drie moest die bruidschat nu dienen? Geen van de drie meisjes wilde inhalig zijn ten koste van de beide zusjes.

Toen daalde Nicolaas nogmaals in zijn kelder, vond opnieuw de opening achter dat venster en liet zijn overige twee klompen goud daar zachtjes in zakken. De volgende morgen was in dat huis de vreugde driewerf groot.

Daags  daarna brachten de drie jonge mannen al hun werk van een hele dag zwoegen naar priester Nicolaas: het werk van de pasteibakker, het werk van de speelgoedsnijder en het werk van de suikerbakker. Hun gaven lagen uitgestald op de stoep voor  het huis. Nicolaas vond ze. Hij glimlachte, hij herkende, hij begreep. Hij sprak tot zijn dienaar: - Laten we dit naar kinderen brengen die niets hebben. Dat was op de avond voor zijn verjaardag, want hij was jarig op 6  december.

 

S.C.RIBENT.

Ik geloof niet AAN Sinterklaas, maar wel IN Sint Nicolaas: vanwege diens liefde, vanwege dat gouden hart.  Kinderen zijn er overal:  vluchtelingenkinderen, maar ook kinderen vlak naast je deur; in de kerk en buiten de kerk. En kijk ook gerust eens om naar volwassenen in je buurt.  Sint Nicolaas en  C. I. K. kerstengelen zijn lid van dezelfde vakbond,  die van de liefde. Sint Nicolaas ? Hè-hèb ik altijd geëerd !

P.S. U kunt het Sint Nicolaaslied ook (vast wel) zingen: Liedboek 745, op die bekende, prachtige Engelse melodie.