Logo Logo

Christus is Koning Kerk
Protestantse Gemeente Slikkerveer

 

Soms kom ik nog weleens  in Abcoude, een schilderachtig dorp onder de rook van Amsterdam, gelegen aan het lieflijke Gein. Even kijken in de toenmalige “NH”dorpskerk, de  kerk waar mijn ouders werden gedoopt, waar ze belijdenis deden en waar hun huwelijk werd ingezegend.

Die kerk heeft een mooi orgel, destijds voorzien van blaasbalgen die met de voeten moesten worden volgetrapt. In de tijd dat hij werd opgeleid tot organist was mijn vader ook orgeltrapper, want als je leerling organist was hoorde dat  trappen er natuurlijk bij.

Die blaasbalg zat aan de ene kant, het kerk-in-kijk-gordijntje zat aan de andere kant. De orgeltrappers waren meestal  jonge jongens die behalve de blaasbalg ook weleens graag een geintje trapten. Dan maakten ze eerst de blaasbalg zo vol als maar mogelijk was, vlogen dan op hun tenen naar de andere kant, schoven het kerk-inkijk-gordijntje opzij , sjansden  naar de meisjes daar beneden in de kerk, deden dan gauw het gordijntje weer dicht en renden  terug naar hun trapplek. Soms waren ze dan nét ietsje te laat… Het orgel gaf nog een laatste zwakke kreun en lag daarna hoorbaar op apegapen – of eigenlijk onhoorbaar, want er kwam geen geluid meer uit.

Na een aantal jaren les werd mijn vader zelf organist. Hij begeleidde de kerkzang zoals het behoorde – toen al ritmisch. Er waren meerdere organisten, als je in de kerk zat kon je niet zien wie er speelde. Maar bij het uitgaan van de kerk leefde hij zich uit op zijn lievelingspsalm, dat was psalm 123: “Ik hef tot U die in de hemel zit mijn ogen op en bid…” Als je dat hoorde wist je dat je vader op het orgel zat.

Welke bundel ze toen gebruikten weet ik niet. Misschien Worp?? In mijn boekenkast staat een  heel rijtje (deels geërfde) bundels.  Bundel ’38, Liedboek voor de kerken 491 gezangen, Liedboek 1973, Johannes de Heer, Gezangen voor de RK- Liturgie  (met heel wat liederen die  wij ook zingen!)  en… een Hymnbook uit Canada.  Mijn vaders broer –naar Canada geëmigreerd- was overal enorm in: hij was bijna twee meter lang en had in de breedte ook  zijn best gedaan. Hij kon zeer goed zingen (met zo’n klankkast lukt dat wel),  zijn vrouw en hun tien kinderen zongen ook  allemaal  graag en  goed. Ze vormden  een twaalfkoppig koor.  Op familiebezoek  in Canada  kreeg ik “hun“  liedboek als aandenken mee naar huis : “HYMNBOOK”,  uitgegeven door drie Amerikaanse kerken. Vol buitengewoon mooie melodieën, wij zouden ze nu “evangelisch” noemen. Echt Iets voor een mannenkoor vind ik, maar je kunt ze natuurlijk ook “gemengd” zingen. Bij mij ter inzage voor belangstellenden.

Zelf bezit ik twee verschillende Evangelische Liedbundels, maar ook het mooie Liedboek 2013,”zingen en bidden in huis en kerk”. Dat is een zeer, zeer  rijke bundel. Sinds 2013 studeert Rene Barnard elke maand een aantal van die liederen in, met  zangers uit diverse kerken. Hij doet dat nog steeds. Wie wil, kan meedoen, ook nu nog. Ria Hordijk, Hans Blok,  Gerda Beukema  en ik  doen dat al jaren met veel enthousiasme.  Bijna niemand weet trouwens dat er in die bundel  ook prachtige gedichten en bijzondere gebeden staan. Kijk er eens in, het is tenslotte onze officiële bundel  en hij herbergt grote schatten. Te vaak nog onuitgegraven schatten.

 

S.C.RIBENT.

Ooit zong dat familiekoor mij toe:  “Sa-Rina, een kind uit de dessa…! ” Ik was toen vier of vijf en  werd er verschrikkelijk  verlegen van.  En ik wist toen natuurlijk  ook niet dat mijn “dessa”  ooit Slikkerveer zou heten.