Logo Logo

Christus is Koning Kerk
Protestantse Gemeente Slikkerveer


Een vertederende foto in een dierenboek: drie kleine olifantjes bedremmeld bij elkaar. Baby olifantjes. Je zou ze willen knuffelen en in een veilig wiegje leggen. Hoewel- ze wegen honderd kilo.

Maar ze hebben geen veilig wiegje nodig. Want de veiligheid staat zichtbaar en tastbaar om de  kleintjes heen: ze staan binnen een beschermende, gesloten kring van volwassen olifanten. Er is een roofdier gesignaleerd met een lege maag. Een hapje baby zou er wel in gaan, staat in zijn loerende ogen te lezen. Maar de grote olifanten gaan  dreigend naast elkaar in een kring om de kleintjes heen staan. Slurfen zwaaien onheilspellend heen en weer,  oren bewegen oplettend in alle richtingen….. Roofdier vreest dat hij vandaag vegetarisch zal moeten.

Die  kring van volwassen olifanten betekent echter nog veel meer. Het is niet alleen bescherming voor de kleintjes. Het betekent ook gedrag aanleren, opvoeding krijgen, leren beseffen wie je bent, wie je moeder is, de hele familie leren kennen; kortom het betekent je identiteit krijgen, je identiteit vinden. Hoe moet je je gedragen, waar hoor je bij, waar ben je thuis, waar ben je veilig en waar is de grens tussen veilig en onveilig. En hoe leer je wat er onveilig is.

Dat kennen wij ook in de mensenwereld -als het goed is. Een gezin, een familie, ouders, grootouders, die beschermend om de kleine kinderen heen staan; figuurlijk, soms ook letterlijk. De kerkelijke gemeenschap om de doopleden heen.

Die doop, het eerste begin, waar de kleintjes nog geen benul van hebben (soms wel gebrul) maar dat hun later uitgelegd zal worden.

Het was een erg goed idee van onze jeugdouderling om laatst een kerkdienst voor de kleintjes te organiseren, een kerk-op-schoot-dienst. Veiligheid en geborgenheid, erbij horen, vreugde ervaren, voelen aan de ouderen dat de kerk betekenis heeft. Persoonlijk kan ik daar met terugwerkende kracht jaloers op worden, want mijn kerkelijke start (lang geleden) was allesbehalve kindvriendelijk. Uit grote verveling heb ik eindeloos kerkraamruitjes geteld, opgeteld, afgetrokken, vermenigvuldigd zelfs. Dat leverde later een aardig rapportcijfer voor rekenen op, maar droeg  niet bij aan geloofsopvoeding.

Laatst zat ik naast een grootmoeder die mij vertelde hoe een lied op haar kleinzoon was overgekomen, toen zij het voor hem zong. Een goede “olifant” grootmoeder, dacht ik, zingen voor je kleinkinderen!   Maar je hoeft niet perse zelf (klein)kinderen te hebben om toch veiligheid en opvoeding te kunnen bieden: je kunt het goede voorbeeld geven, het goede voorbeeld voorleven. Zingen kan daarbij inderdaad ook heel waardevol zijn. (Trompetteren hoeft niet).

S.C.RIBENT. Deze column stond op stapel om –ooit-  te publiceren als er een doopdienst verwacht werd. Jammer dat nu toch de datum van de dienst mij te snel af was. Maar eigenlijk is dat helemaal niet erg: de zorg van ouders en gemeente zal er nu –na de doop –  niet minder om zijn.