Logo Logo

Christus is Koning Kerk
Protestantse Gemeente Slikkerveer

 

Op woensdagochtenden hebben wij tekenles in Wijkcentrum De Fuik in Drievliet. Allemaal dames, heel soms een enkele heer. De tekenleraar is trouwens ook een heer. Hij is beeldend  kunstenaar (Kunstroutedeelnemer)  en wij ervaren hem als een erg goede docent. Er gaat bijna nooit iemand bij hem weg en wij als leerlingen kennen elkaar dan ook al jaren.

Op een dag kwam er iemand bij. Een sterke jonge vrouw –jonger dan wij. Ze maakte nogal indruk op ons en bleek ook nog erg goed te kunnen tekenen. Al spoedig kwam de vraag aan de nieuwe deelneemster of zij nog werkte (de meesten van ons allang niet meer) en toen zij “Ja” zei wilden wij weten wat voor werk zij dan wel deed.

Onderdakbrenger, zei ze. Vraagtekens bij ons! Uitleg: zij moet voor onderdak zorgen voor asielzoekers. Zij werkt voor het COA, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Geen eenvoudige opgave, want vluchtelingen komen meestal niet mondjesmaat binnen. 

En gemakkelijke lieden zijn het ook niet altijd.

Hóe moeilijk dat inderdaad kan zijn bleek uit haar verhaal, hoewel ze het sober hield. Hoe krijg je zoiets in meestal  (te) korte tijd voor elkaar? Hoe ga je om met agressie,o.a. van Nederlanders die hun achtertuin het liefst “van vreemde smetten vrij” willen houden *). 

En wij wilden ook weten waar zij haar voldoening uit haalt? Weet u wat ze zei?  –Dat niemand op straat heeft hoeven slapen!

En die vluchtelingen? Zie krant en TV: als er een enkele vluchteling over onze grens strompelt dan zijn wij als gastvrij volkje best bereid tot opvang. Tuurlijk. Maar wat als er honderden  komen? Duizenden? Dan gaat de zaak kantelen. De menselijke maat kan dat niet aan en het medeleven slinkt zienderogen, vooral als blijkt dat er soms ongewenste en gevaarlijke individuen tussen zitten.

Dat getalverschijnsel is zo oud als de mensheid. Zie bijvoorbeeld het boek Exodus (1), waar de Farao het minivolkje van de broers van Jozef aanvankelijk gastvrij binnenhaalt. Maar niet veel later groeit dat volkje zo hard dat de pasgeboren Joodse jongetjes in de Nijl  geworpen  moeten worden, want de Farao vreest dat de getalsverhouding scheef gaat groeien: minder Joden  asjeblieft….!  En als  er dan toch teveel komen, verdrink dan hun kleintjes in de Nijl en maak de volwassenen tot slaaf: tichelstenen bakken en de zweep erover!

 

S.C.RIBENT.

Hulde aan mijn medecursiste die het volhoudt. Echte vluchtelingen hoor je op te vangen. Huisvesten moet, jongetjes in het water werpen willen we niet, we zijn kapot van het  beeld van een aangespoeld  kind. Maar maatregelen tegen overlastgevende nieuwkomers zijn gerechtvaardigd. En mogen best  duidelijk zijn. Als je hier niks te zoeken hebt ga je terug naar je eigen land. Dat is trouwens erg lastig want sommige landen willen hun “uitreizers” niet terug. Er zijn meerdere instanties die zich speciaal hier mee bezig houden. Stichting OMZO – officiële naam van Pauluskerk Rotterdam-  doet dat al jaren. Zakelijk en humaan, humaan en zakelijk. Ik ben ooit op bezoek geweest bij de Pauluskerk en ontvang regelmatig hun jaarverslag. Dat liegt er niet om. Wie interesse heeft kan ze bij mij inzien. De cijfers van het COA heb ik ook, eveneens ter inzage.

 

*) Het lied met de nogal gezwollen tekst “Wien Neêrlandsch bloed in d’adren vloeit,  van vreemde smetten vrij!”  druipt van ouderwetse vaderlandsliefde en is te vinden in de bundel  “Kun je nog zingen, zing dan mee”. Wie die wil inzien kan bij mij terecht, ik heb er nog een. Maar ik zing het niet voor je.        

 

 

 

 

Wijk-West-Samen-bezorger zoekt een opvolger. Wie, o wie? Ik wil het wel overwegen, maar eerst een proefrit graag. Die valt tegen: lastiger dan gedacht. Nog maar een keer. Tenslotte zelf op pad.

De receptioniste van Riederborgh kijkt een beetje verbaasd als ik - nog onaangemeld- het stapeltje exemplaren zit uit te tellen, maar als ik zeg dat ik “SAMEN” kom brengen is het OK!

Weer buiten geraakt. In verwarring met Boksdoornpark en Boksdoornstraat: wat is wat en waar? Achteraf geen klachten over de bezorging gehoord. Mooi.

Verder lopen langs zo’n torenflat waar iemand - ergens in den hoge- op dat moment een balkon schoon maakt: water gutst over de rand, een zeer plaatselijke regenbui klettert neer,   op de plek waar mijn rug van naam verandert.

Druipend, maar onversaagd naar de volgende flat. Waar ik niet in kom, zelfs niet bij de brievenbussen. Nou moe.  Aangebeld. Geen gehoor. Maar een inmiddels ook binnenwillende pakjesbezorger  kent de truc: hij drukt vijf, zes belknopjes tegelijk in  en brult: IK  BEN  DE PAKKETBEZORGER  EN  IK  MOET  BIJ  UW  BUREN ZIJN !  MAG  DE  DEUR  OPEN ??!  De deur gaat open en ik kan mooi met hem mee naar binnen.

Intussen begrijp ik niet waar hier de EVEN nummers zijn?  ….om heel veel  later te ontdekken dat die hier gewoon niet bestaan. -Voel mezelf nu ook een beetje oneven.

Als de flats bezorgd zijn, op reis naar de burgemeesters. Waar zit Heemskerk, waar zit Trump, eh… Treub. Heemskerk gevonden, Treub  niet. Racen langs alle meesters, maar geen Treub. Ha, een paar spelende kinderen: Weten jullie de Meester Treubstraat? Vraagtekens bij de kinderen, dus maar weer zelf  zoeken. Een van de jochies komt mij achterna hollen: “Mevrouw! Mevrouw! U bedoelt zeker Menéér Treub???”  - Hij is van de generatie die geen meester meer zegt op school. Gelukkig  tenslotte  toch in Treub geraakt, SAMEN  glijdt in de bus van nummer 11. Ergens achter in die elf-kamer zie ik een paar dankjewel-wuivende  handen, dat is nou eens leuk!!

In de Vogelkersstraat is de deur gelukkig dicht, maar achter die deur breekt een enorm geblaf los als ik het paadje oploop, zodat ik mijn vingers in SAMEN verstop en die razendsnel terugtrek zodra SAMEN op eigen kracht verder de bus in kan glijden. Blaffende honden bijten soms wel.

Prunusplantsoen. Hoge flats. Waar, o waar zijn de nummers die ik moet hebben?  Brievenbushokje gevonden: hoera! Maar daar zie ik niet álle nummers, hoe kan dat nou weer?  Een zojuist op aarde neergedaalde bewoner weet het: ik moet het hoekje om.

Tenslotte nog de Ds.Sikkelstraat. Dat is een eitje, want ik kom elke week daar in die buurt. Nummer 21 moet ik hebben, maar ik zoek me een half uur suf, nergens  21 te vinden. (En HIER is alles EVEN…!) Hoofdkantoor gebeld: zoeken we die straat even voor je op?  Nee! Die straat ken ik allang, maar dat NUMMER is onvindbaar! Tweede hoofdkantoor gebeld, dezelfde  reactie. Moe  geworden.  Advies: houd die SAMEN maar even bij je.  Later op de dag een  telefoontje van het hoofdkantoor: nummer 21 bestáát niet, het moest 16 zijn…!!!  SAMEN  inmiddels daar bezorgd, ik zelf weer onbezorgd en ook  weer opgedroogd.

 

Hartelijke groeten, 

S.C.RIBENT, tevens  SAMEN-bezorgster voor WEST.